Pistoolinstellingen
Ga naar het Pistoolinstellingen-scherm door de knop Configuratie
te selecteren op het Home-scherm.
Op het Pistoolinstellingen-scherm kan de gebruiker de configuratie van een pistool bekijken en wijzigen.
-
Slanglengte (alleen HD-systemen)
-
Helderheid pistoolscherm (alleen HD-systemen)
-
Fouten pistoolscherm (alleen HD-systemen)
-
Functie extra trekker (alleen HD-systemen)
-
Verstuif Lucht Vertraging (alleen HD-systemen)
-
Spoelfuncties (alleen HD-systemen)
-
Nul terugzetten (alleen HD-systemen)
Weergave Naam Pistool
De Weergave Naam Pistool is de naam die een pistool draagt zodat gebruikers het eenvoudiger kunnen herkennen in de controllerinterface. Bewerk de Weergave Naam Pistool door in het veld op de knop Bewerken
te klikken.
De Weergave Naam Pistool van het pistool hoeft niet overeen te komen met het identificatienummer van het pistool, maar als u deze gelijk houdt, kan dat het eenvoudiger maken voor gebruikers.
Slanglengte
Alleen beschikbaar voor HD-systemen.
Stel de slanglengte in om de flowberekening aan te passen voor betere spuitwerking.
Type poedertoevoer
Selecteer de poedertoevoermethode in het vervolgkeuzemenu Type poedertoevoer.
Als Trilbakvertraging is geselecteerd, verschijnt het vervolgkeuzemenu Trilbak Vertraging Uit.
Deze vertraging bepaalt hoelang de motor aan blijft nadat de trigger van het spuitpistool niet meer op AAN staat. Deze vertraging voorkomt het te snel in-/uitschakelen van de motor telkens wanneer u het pistool AAN/UIT triggert en verlengt zo de levensduur van de motor.
Selecteer de gewenste vertragingstijd in het vervolgkeuzemenu.
Hoge limiet uA
De uA
Een miljoenste van een ampère, de standaardeenheid voor metingen van stroomsterkte, en staat voor de stroom die door het spuitpistool loopt om de poederdeeltjes van lading te voorzien. Bovengrens bepaalt hoe hoog de uA-instellingen kunnen worden ingesteld.
Pas de uA Bovengrens aan via de Pistoolinstellingen-schermen.
Spoelknop
De Spoelregeling bepaalt of een spoeling handmatig wordt geactiveerd bij het spuitpistool, of op afstand door een apparaat dat verbonden is aan de pompbesturing.
Pas de instelling van de Spoelregeling aan via de Pistoolinstellingen-schermen.
Gun Display Brightness (Helderheid pistooldisplay)
Alleen beschikbaar op HD-systemen.
Pas de helderheid aan van het display van het spuitpistool.
Gun Display Errors (Weergave pistoolstoringen)
Alleen beschikbaar voor HD-systemen.
Schakelt meldingen AAN en UIT voor foutmeldingen op het spuitpistooldisplay.
Werking hulptrigger
Alleen beschikbaar voor HD-systemen.
Stelt de gewenste functie in voor de externe (spoel)spuitpistooltrigger.
Verstuif Lucht Vertraging
Alleen beschikbaar voor HD-systemen.
Instellen van aantal seconden waarin patroonlucht nog in werking blijft nadat de pistooltrigger is losgelaten.
Kies tussen 0 en 5 seconden, in stappen van 0,25.
Pistoolspoelfuncties
Alleen beschikbaar voor HD-systemen.
Spoelfuncties passen de spoelcyclus aan wanneer de opdracht Kleurwisseling wordt uitgevoerd.
| Instelling | Beschrijving | Waarden |
|---|---|---|
| Soft Gun (Zachte pistoolspoeling) |
Stelt het aantal seconden in waarin stuwlucht door de pomp en de toevoerslang naar het spuitpistool wordt geleid. |
1−10 seconden in stappen van 0,25 |
| Pulsduur pistool | Stelt de tijdsduur in van elke puls. | 0,1−0,95 seconden in stappen van 0,05 |
| Pauze pistoolpuls | Stelt de intervaltijd in tussen de pulsen. | 0,1−0,95 seconden in stappen van 0,05 |
| Gun Pulses (Pistoolpulsen) | Spoellucht wordt in pulsen van de pomp naar het spuitpistool geleid. | 1-99 |
| Soft Siphon (Zachte aanzuigspoeling) | Stelt het aantal seconden in waarin stuwlucht door de pomp en de sifonslang terug naar de poedertoevoer wordt geleid. | 1−10 seconden in stappen van 0,25 |
| Sifonpulsduur | Stelt de tijdsduur in van elke puls. | 0,1−0,95 seconden in stappen van 0,05 |
| Sifonpuls pauze | Stelt de intervaltijd in tussen de pulsen. | 0,1−0,95 seconden in stappen van 0,05 |
| Siphon Pulses (Aanzuigpulsen) | Spoellucht wordt in pulsen van de pomp naar de poedertoevoer geleid. | 1-99 |
Encore totaal aantal uren aan
De totale tijd dat het Encore-systeem aanstaat.
Bekijk de Encore totaal aantal uren aan via de Pistoolinstellingen-schermen.
Pistool totaal aantal uren aan
De totale tijd dat het spuitpistool aanstaat.
Bekijk de Pistool totaal aantal uren aan via de Pistoolinstellingen-schermen.
Pomp totaal aantal uren
De totale tijd dat de pomp aan heeft gestaan.
Bekijk het Pomp totaal aantal uren via de Pistoolinstellingen-schermen.
Back-upinstellingen en recepten
Door Back-upinstellingen en recepten te selecteren, wordt de huidige versie van alle instellingen van de systeemcontroller opgeslagen.
Door Back-upinstellingen en recepten te selecteren, worden alle eerder opgeslagen back-ups overchreven.
Ga naar de opdracht Back-upinstellingen en recepten op de Pistoolinstellingen-schermen.
Instellingen en recepten herstellen
De opdracht Instellingen en recepten herstellen herstelt de meest recente opgeslagen versie van alle instellingen die eerder zijn opgeslagen met de opdracht Back-upinstellingen en recepten.
Ga naar de opdracht Instellingen en recepten herstellen op de Pistoolinstellingen-schermen.
Terugzetten naar Nordson standaardwaarden
De opdracht Terugzetten naar Nordson standaardwaarden herstelt de fabrieksinstellingen.
Ga naar de opdracht Terugzetten naar Nordson standaardwaarden op de Pistoolinstellingen-schermen.
Flow Module Nul Compensatie
Alleen beschikbaar voor HD-systemen.
De opdracht Flow Module Nul Compensatie wordt gebruikt met de Procedure voor nulijking voor probleemoplossing.
Voer deze procedure uit wanneer het bedieningspaneel van de systeembesturing luchtstroom aangeeft terwijl het spuitpistool niet aan is getriggerd, of wanneer de helpcode Hoog-storing voor transportlucht of Hoog-storing voor patroonlucht (0x1011u of 0x1013u) wordt weergegeven.
Alvorens een nulijking uit te voeren:
-
Controleer of de naar het systeem toegevoerde persluchtdruk hoger is dan het minimum van 5,86 bar (85 psi).
-
Controleer of er geen lucht weglekt via de uitgaande aansluitingen aan de module of nabij de magneetkleppen of doseerkleppen. Bij een nulijking aan modules met lekkages ontstaan er extra meetfouten.
-
Voer een van de volgende procedures uit aan de hand van de storing:
-
Voor Hoog-storing voor transportlucht poeder (0x1011u): Verwijder onderaan de pomp de slangen voor poederaanzuiging en poedertoevoer en breng 8 mm pluggen op de aansluitingen aan.
-
Voor Hoog-storing voor patroonlucht (0x1013u): Koppel bij de pompbesturing de 6 mm slangen voor patroonlucht los en breng 6 mm pluggen op de aansluitingen aan.
-
-
Selecteer Pistoolinstellingen
op het aanraakscherm van de systeembesturing, en navigeer door de schermen naar de instelling Flow Module Nul Compensatie. -
Selecteer Nul terugzetten.
-
Verwijder de plugs uit de aansluitingen en sluit de slangen weer aan.
-
Navigeer naar het Activiteitenlogboek en los de storingen op. Hervat het normale gebruik.
Constanten
Constanten worden voor kalibratie gebruikt door Nordson Service.